Uitvaart in de achtertuin

De telefoon gaat. ‘Wij willen graag een katholiek voorganger voor de uitvaart van vader, maar die gaat gehouden worden in zijn achtertuin. Is dat een probleem voor u?‘ Tegen dit soort uitdagingen ben ik nooit bestand, en ik zeg toe.

Wanneer ik op bezoek kom, zie ik erg verdrietige mensen die zeker weten wat ze voor hun vader willen. ‘Vader kwam al heel lang niet meer in de kerk. Hij geloofde nog wel in God enzo, maar de kerk als instituut zei hem niets meer.’

Het bleek dat vader al lang ziek was en niet meer goed uit de voeten kon. Maar tuinieren was zijn passie. Zijn tuin was zijn paradijs. Hier ervoer hij Gods schepping dichtbij. Daarom wilden ze graag dat de uitvaart in de tuin gehouden zou worden. Men liet mij de tuin zien. Het was net de hof van Eden, zo mooi!

Een zoon geeft me een enveloppe. ‘Vader voelde de dood al aankomen en heeft daarom wat teksten bijeen gezocht die hij mooi vond.’ Inderdaad kwamen er prachtige teksten van de H. Augustinus maar ook van Thomas van Aquino tevoorschijn.

Wat voor mij, als voorganger, een beetje lastig was, was dat sommige teksten qua visie op de dood elkaar tegenspraken. Bij de een was er een onvoorwaardelijk geloof in een hiernamaals bij de ander werd er van uitgegaan dat dood gewoon dood is en er dus geen sprake is van een leven na de dood. Misschien was dit ook wel waar vader mee geworsteld had; is er nu wel of geen leven na dit leven? De twijfel van het geloof.

Met de kinderen bespreek ik hoe we het afscheid vorm kunnen geven en hoe we al hun wensen kunnen verwerken tot een mooi soepel lopend geheel. Spannend is altijd het stukje over de muziek. Er zijn daarvoor zoveel mogelijkheden. Maar gelukkig hoeft dat niet meteen in dit eerste gesprek al duidelijk te zijn.

De familie kiest voor alleen een afscheid in de tuin. Daarna zal vader in een rouwauto naar het crematorium worden gebracht.

De tuin als Gods schepping staat centraal bij het afscheid. Er liggen prachtige bloemstukken rond de kist. Bloemen als symbool van eeuwig leven. De paaskaars wordt aangestoken, vader wordt met waxinelichtjes vol in het licht gezet en, herinneringen worden opgehaald. Muziek die vader mooi vond, wordt gedraaid.

Aan het einde wordt iedereen gevraagd naar voren te komen om afscheid te nemen en de overledene toe te dekken met bloemen uit zijn eigen tuin. Zo maken we de overgang naar het hiernamaals voor hem gemakkelijker. We geven hem zijn vertrouwde bloemen mee., in de hoop dat hij nu elders verder mag leven.

En ik spreek  uit dat hij daar, waar hij hopelijk nu is, ook mag tuinieren, maar dan gezond en wel als opnieuw geboren!

Daar toosten we op!

 

 

Crematorium

Precies om drie uur stap ik het crematorium binnen.

Snel hang ik mijn jas en gebedskleed in de toiletruimte van het personeel die tevens als omkleedruimte fungeert. In de ontvangruimte staan al belangstellenden te wachten op de afscheidsbijeenkomst die om half vier begint. Via een aparte gang loop ik naar de aula. Daar staat de kist al klaar. Twee dames zijn nogal jachtig bezig met het wegnemen van de bloemen en leggen die op een grote kar. Blaadjes en knopjes vallen op de grond. Het ziet er smoezelig uit. De kar wordt met gezwinde spoed weggereden naar de ruimte van de verbrandingsoven. Met een zwaai wordt ook de kist wegereden naar diezelfde ruimte.

‘Ze zijn nog niet klaar, het vorige afscheid is uitgelopen’ licht de uitvaartbegeleidster toe. Ga je mee naar de familie?’

Samen lopen we naar een aparte ruimte waar de familie even heeft plaats genomen en ik begroet hen als oude vrienden. We hebben wat verdriet gedeeld de laatste dagen en dan groei je wonderbaarlijk snel naar elkaar toe.

In alle rust wordt de familie gevraagd naar buiten te gaan om de overledene naar de aula te brengen. Eerst worden de jassen aangetrokken. Het regent pijpenstelen. Rustig vertelt de uitvaartbegeleidster hoe je het beste de kist uit de auto op de baar kunt tillen. Iedereen zoekt de plek die hem of haar past en samen volbrengen ze de handeling. Waardig lopen we naar de aula waar de buitendeuren voor ons worden geopend en we de kist op de daar staande, net lege, baar tillen. Er is geen bloemblaadje meer te ontdekken. Alles ziet eruit alsof de ruimte de hele dag op ons heeft gewacht. Van de haast van de dames is niets meer te merken. Ze nemen de bloemen aan en zetten die op mooie standaards. De paaskaars en wijwater worden binnen gebracht. De afspraak over wanneer de wierook moet worden binnengebracht wordt gemaakt. De familie loopt op weg naar de familiekamer langs de condoleanceruimte, die gonst van stemmen van mensen die bij de vorige uitvaart horen. De familie krijgt koffie en thee aangeboden. Het is een grote groep en er zijn niet genoeg kopjes en schotels. De voorraad wordt alsnog aangevuld. Even voor half vier lopen we met de familie naar de aula. Daar neemt men plaats.

De deuren gaan open en de belangstellenden komen binnen. Ik sta als een gastvrouw voorin. Steels kijk ik naar de kan met water. Die is op mijn verzoek gelukkig nog wel bijgevuld. Er staan ook nieuwe glazen. Vijf zoals we hebben afgesproken. Maar er is er nog niet één gevuld. Tijdens de binnenkomst vul ik gauw drie glazen. Ik ben verkouden. Als ik een hoestbui moet voorkomen dan moet er direct water voorhanden zijn. Na het openingslied begint het inhoudelijke gedeelte, waarin ik voorga. Hier heb ik grip op. In alle rust wandelen we door het leven van de overledene. En keurig binnen de tijd verlaten we de aula om naar de condoleanceruimte te gaan.

In de hal zie ik een dame staan die me vertelt dat ze staat te wachten op het afscheid van de volgende overledene…..

Strotouw

 

‘Petra wil jij over twee weken de uitvaart van mijn vader doen’? Ik ken vader uit de tijd dat ik nog geestelijk verzorger was in het verzorgingshuis waar hij woont. Het blijkt dat vader al lang niet goed is. De ene kwaal stapelt zich op de andere.

Nu is Alzheimer vastgesteld en vader ‘vindt het wel goed zo’. Het wordt euthanasie.

Ik tref de familie en vader in zijn kamer van het verzorgingshuis. De sfeer is ontspannen. Vader verklaart zijn keuze voor euthanasie: ‘Als veeboer’ zegt hij, ‘laat je een koe ook niet in leven als het zijn poot breekt, dan is het niets meer waard. Ik kan nu al niks meer en het gaat alleen maar erger worden nu ik Alzheimer heb. We hebben aan moeder gezien hoe dat gaat. Zo wil ik niet aan mijn einde komen.’ Ik heb het ziekteproces van zijn vrouw van dichtbij meegemaakt. Dat was inderdaad heel zwaar.

Als vanzelf gaan we even later over naar de invulling van de kerkdienst. Want dat moet het worden. Het boekje van de uitvaart van moeder wordt er bijgehaald. Dat was mooi, zo moet het weer. Zelfs de lezing wil men hetzelfde hebben. Dat vraagt van mij veel elasticiteit om deze in de overweging te verwerken; de lezing paste beter bij moeder dan bij vader. Maar intussen ben ik op dit gebied aardig geschoold, dus we houden de lezing erin. Wel wordt er voor andere liederen gekozen.

Latijns vindt pa heel mooi, een ‘requiem’ en ‘in paradisum’ zou hij wel gezongen willen hebben ’als het maar niet te veel moeite is voor het koor’.    Dan maakt hij nog een belangrijke opmerking: ’Hou je er wel rekening mee dat de weg naar de kerk opgebroken is? Misschien moet je nog omrijden. Aan het einde van het gesprek is vader totaal op. Ik geef hem een hand en wens hem een goed afscheid van het leven toe. Hij zegt: ‘Tot ziens’.

Zoon vertelt dat hij misschien iets wil doen ‘met touwen’ op het kerkhof. Maar hij is hier nog niet helemaal uit. Ik vraag of hij mij hiervan op de hoogte wil houden, dan kan ik er eventueel ook iets mee tijdens de dienst.

De weg is precies op tijd berijdbaar maar alleen open voor de kerkgangers. De afwerking moet nog gebeuren. De afscheidsdienst is warm en liefdevol. De familie heeft een prima inbreng. We gaan naar het kerkhof naast de kerk.

Na de afsluiting van het ritueel rond de ter aarde bestelling, haalt zoon opeens strotouw tevoorschijn en bindt dat aan het handvat aan het voeteneinde van de kist. Kinderen en kleinkinderen nemen allemaal een stuk touw in hun handen. Ik begrijp dat er toch een ritueel komt.

Heel rustig leg ik aan de vele omstanders, die dit niet kunnen zien, uit wat de familie doet en waarom. Het is maar goed dat zoon het er eerder globaal met me over heeft gehad.

Vader werkte als veeboer veel met strotouw. Touw verbindt letterlijk en figuurlijk. Nu wordt datzelfde touw gebruikt om vader los te laten. De uitvaartbegeleidster krijgt het sein de kist te laten zakken. Langzaam laten de kinderen en kleinkinderen hun vader en opa los door het touw tot op de kist uit hun handen te laten glijden. Een prachtig gebaar.

Strotouw als teken van verbondenheid en loslaten. Wat had ik het graag in de dienst als thema gebruikt!

In eeuwigheid verbonden

Moeder overleed vrij onverwacht. Ze had een turbulent leven achter de rug en had o.a. een poos in Zwitserland gewoond. De laatste paar jaar woonde ze weer in Nederland. Ook haar kinderen woonden allemaal in Nederland. Op één na. Hij was twee toen hij na een kort maar heftig ziekbed in Zwitserland overleed. Op een prachtige begraafplaats op een heuvel vlak bij het dorp Beitenwil werd hij begraven. De bergen omarmden en beschermden hem. Weidebloemen begroeiden zijn grafje.

Het leven van moeder ging verder maar overal droeg ze het verlies van haar zoontje met zich mee. Waar ter wereld ze ook woonde, de leegte van het gemis bleef. Ze had geleerd, dat voor verlies vluchten niet werkt.

Nu was zij overleden. De kinderen wilden graag een persoonlijk afscheid waarbij moeder ’s leven centraal zou staan. Maar ook wilden ze heel graag dat moeder gezegend en bewierookt zou worden. Ze was tenslotte katholiek opgevoed. Ook al deed ze de laatste tijd bijna niets meer aan haar geloof, verder dan naar de nachtmis gaan met haar kinderen kwam ze niet meer, de katholieke rituelen waren haar dierbaar.

Het werd een prachtige uitvaart mèt de katholieke rituelen en heel persoonlijke verhalen van de kinderen en kleinkinderen. Ook de muziek die uitgekozen was, paste perfect in het geheel. Het werd precies zoals moeder en de kinderen dat gewild hadden.

Een paar weken later kreeg ik het verzoek van een van de kinderen of ik een ritueel wilde doen bij de bijzetting van hun broertje in het graf van hun moeder.

Hij vertelde dat bij het graf van hun moeder het hem opeens duidelijk werd dat moeder en zoon niet apart begraven zouden moeten zijn. Hun overleden broertje was altijd in het hart van moeder blijven leven. Ze moesten weer samen worden gebracht. Daarom hadden ze met de uitvaartverzorger, die de uitvaart van moeder had geregeld, overlegd hoe ze het beste hun broertje vanuit Zwitserland naar Nederland konden krijgen.

Drie weken later was het zover. In de auto van een broer stond het heel kleine  witte kistje op de achterbank. Hij en zijn zussen droegen het kistje naar het graf van moeder. Onderweg daar naar toe klonk het lied: ‘Schaduwkind’ van Mission Grace.

Dit lied had het leven van moeder en zoon altijd verbonden. Bij het graf vertelde ik een kort verhaal dat betrekking had op het weer samen zijn van moeder en zoon.

Daarna legden de kinderen twee harten gemaakt van blauwe en witte rozen op het kistje. Een groot wit hart dat moeder symboliseerde en een kleiner blauw hart dat precies in het grote hart paste en dat hun broertje verbeeldde. Zo kwamen moeder en zoon weer samen. Het grote hart nam de taak van de bergen over; in liefde omhelzen en beschermen.

Dit alles verwoordde ik in het zelfgeschreven gedicht ‘In eeuwigheid verbonden’. waarmee we de plechtigheid afsloten.

Heel stil verliet iedereen de begraafplaats. Het was goed zo.

Op zicht

 

De receptioniste van het verzorgingshuis waar ik twee dagen in de week als geestelijk verzorger werk, belt me thuis. ‘Er was net een meneer aan de balie die vroeg naar jou en je moet meteen reageren want het gaat niet goed met hem. Hij is ernstig ziek en heeft niet lang meer te leven. ‘ Ze geeft me het telefoonnummer en ik bel meteen.

Meneer vertelt, dat we elkaar een paar maanden geleden hebben gesproken toen ik als gastvoorganger voorging in zijn kerk. Mijn manier van voorgaan heeft indruk op hem gemaakt. Hij wil dat ik voorga bij zijn uitvaart. Daarom nodigt hij me uit voor een gesprek bij hem thuis.

Via de intercom word ik welkom geheten wat wordt onderstreept door de buitendeur die wagenwijd open zwaait. Via de lift en galerij sta ik voor het opgegeven huisnummer en bel aan. Een zoon noodt me binnen.

In de huiskamer zijn, tot mijn verrassing, nog zeven kinderen aanwezig. Meneer stelt ze één voor één aan me voor. ‘Zij moeten wel weten wat ik allemaal van plan ben.’ Terwijl er koffie en thee met een koekje wordt rondgedeeld, wordt er vanuit ooghoeken naar me gekeken. Je hoort ze bijna denken: ‘wat heeft vader nu weer in zijn hoofd gehaald!’ Dan begint vader te vertellen. Over de ziekte die zich bij hem heeft geopenbaard, over de termijn die hij nog heeft, over de uitvaart, waarvan hij wil dat ik die leid.

De kinderen vragen naar mijn achtergrond. Waar kom ik vandaan? Bij welke kerk ben ik pastor? Wat is er allemaal mogelijk, wat niet? Mogen we een PowerPointpresentatie in de kerk houden of is het beter dat in het crematorium te doen? En mag het daar? Ik beantwoord dat met wedervragen: voor welke kerk wilt u kiezen en voor welk crematorium? Dat kan nogal verschil maken. Als u wilt dat er wierook wordt gebruik in het crematorium dan kan dat bv. wel in Alphen aan den Rijn maar niet in Westerveld-Driehuis. Zo nemen we heel wat zaken door zonder echt concreet te worden.

Over en weer verkennen we elkaar, proeven we elkaars nieren, zoals dat zo mooi heet.

Al meer voel ik de acceptatie groeien. Er worden grapjes gemaakt, ondanks de droeve aanleiding. Al met al is het een prachtig gesprek.

De afspraak wordt gemaakt dat als het zover is er contact met me zal worden opgenomen.

Op zicht gevraagd en goedgekeurd. Wat een mooi begin!

Brandalarm

Brandalarm

‘Wij willen graag een uitvaart met het sacrament van de eucharistie.’

Ik leg uit dat ik, als geestelijk verzorger/pastoraal werker, daar niet voor kan zorgen. Ik mag wel de Communie uitdelen die eerder in een eucharistieviering door een priester is gezegend en gebroken en bewaard om bij ziekenbezoek en in Communievieringen te delen. Mevrouw vertelt dat het voor haar altijd heel belangrijk was om samen met haar man de Communie te ontvangen. Haar man kwam de laatste decennia niet meer in de kerk. Zij gaat alleen met kerstmis samen met haar dochters. De kinderen hebben geen van allen meer wat met het geloof. Voor hen hoeft de Communie helemaal niet.

Ik stel voor om in een ritueel alleen mevrouw de Communie te geven. Men gaat hiermee akkoord. De afscheidsdienst wordt gehouden in een schattig protestants kerkje dat niet meer als zodanig functioneert, maar nu in gebruik is als concertzaal en gelegenheid voor rouw- en trouwdiensten.

Het is voor het eerst dat ik in deze kerk kom en ben dubbel blij dat ik geen Communie hoef te delen, want het zou gezien de indeling van de kerk heel lastig zijn om mensen op een goede manier naar voren te laten komen om de hostie te  ontvangen.

Ik zegen de overledene bij binnenkomst en heet iedereen welkom. De kinderen en kleinkinderen steken kaarsen aan rond de baar. Dan halen de nabestaanden om beurten herinneringen op aan de overledene. Er wordt gelachen, de overledene had veel gevoel voor humor. En er worden tranen weggepinkt.

Dan deel ik de Communie uit. Ik benoem de verbondenheid van mevrouw met haar man en met God, en spreek de hoop uit dat de Christuskracht die van de hostie uitgaat haar levenskracht mag geven om straks de draad van het leven zonder haar man weer op te pakken. ‘Omdat u altijd samen met uw man de Communie ontving’, zeg ik, ‘doen we dat vandaag nog eens voor de laatste keer. Ook uw man geef ik de Communie mee als leeftocht voor onderweg naar de eeuwigheid.’ Ik leg de hostie op de kist.

Zegening met wijwater en wierook volgt. De uitvaartbegeleidster helpt me met het aanreiken van de wierook. Na de bewieroking brengt ze de wierook naar achteren. Ze zet deze in het halletje voor de deur om daar uit te walmen.

We sluiten de bijeenkomst af met het lied van Adrea Bocelli, ‘Time to say goodbye ‘. En dan gilt opeens het brandalarm door de kerk. Iedereen schrikt op en schiet in een bulderende lach! Dit is een grap van de overledene. Dat kan niet anders.

Dit past zo bij hem. Iedereen herkent het meteen.

Dat de wierook in het halletje recht onder de rookmelder was gezet, hebben we maar niet verteld….

Levensbreiwerk

Ze breide wat af in haar leven.  Truien, sokken, baby-sokjes, sjaals, wanten, mutsen en ga zo maar door. Het was begonnen op de lagere school waar ze van oranje katoen een washand moest leren breien. Daar kreeg ze de smaak te pakken.

Haar kinderen hebben het haar niet altijd in dank afgenomen. Natuurlijk was het best spannend voor ze om zelf een mooi patroon uit een breiboek te mogen kiezen. Je wist dan zeker dat je iets zou krijgen dat je leuk vond. Maar een plaatje van een trui kriebelt niet!  De door ma gemaakte trui aantrekken was een ander verhaal. Maar ja, eenmaal gekozen was er geen weg meer terug. Toen er kleinkinderen kwamen doorliepen die hetzelfde traject. Zo ook de kinderen in de Missie en arme landen waarvoor ze ijverig breide. Zij allemaal werden, jeukend en krabbend van de wol, uiteindelijk toch ook groot.

Toen ze overleed kon het niet anders of we zouden terugkijken op het breiwerk van haar leven. Ze was geboren in Amsterdam. Daar werden de eerste steken van haar levensbreiwerk  op de pennen gezet gezet. Haar vader, moeder, broers, zussen, vrienden en vriendinnen werden de basis, de boord zou je kunnen zeggen.  Zij vormden een stevige band waardoor haar leven niet ging slobberen.

Het werd een kleurig breisel. Af en toe liet ze een steekje vallen  maar dat werd altijd weer opgeraapt. En ja, een keer lukte dat niet en ontstond een gat, een verschil van mening, dat is niet meer goed gekomen. Ze trouwde en haar breiwerk kreeg al meer kleur.  Door de geboorte van haar kinderen werden de kleuren roze en  blauw toegevoegd.

De scheiding zorgde ervoor dat er een stuk moest worden uitgehaald. Maar vol goede moed begon ze opnieuw. Nu met een ander patroon in haar breiwerk dan voor die tijd. Door sommige pennen gerstekorrel te breien, kwamen bepaalde delen meer naar voren: vakanties die ze beleefde, haar tuintje, de blije momenten met de kinderen en kleinkinderen. Noem het de hoogtepunten. De kabels die ze breide waren de langdurige vriendschappen die ze had en die haar staande hielden in moeilijke tijden.

Het laatste stuk van haar leven was meer een pen recht een averecht.  Er gebeurde niet veel meer. Het even werd, vanwege haar handicap en ouderdom, vlak en eentonig. De dag kwam dat haar leven moest worden afgekant. Een veelkleurig breisel, soms evenwichtig, soms wat slordig gebreid, met verschillende patronen er in verwerkt, vertelde haar levensverhaal. Elk onderdeel was een herinnering aan een pracht mens waar met de warmte van een wollen trui op teruggekeken werd.

 

Regenbooglinten

Doodstil ligt ze in de kist. Eindelijk heeft ze geen pijn meer. Na een leven van lijden, de ziekenhuisopnames zijn niet te tellen, heeft ze haar rust gevonden. Het was een blijmoedig mens. Ze had een enorm sterke band met haar man, dochter, en beide kleinkinderen. Vanaf hun vierde jaar paste ze bijna dagelijks op de tweeling. Ze was als een tweede moeder voor hen. De kleinkinderen konden altijd met hun vreugde en problemen bij haar komen. Oma had steeds een luisterend oor.

De uitvaartbegeleidster bedenkt dat de verbondenheid goed verbeeld kan worden door middel van linten. Elk lint symboliseert de band die de overledene had met haar man, kind en kleinkinderen. De linten worden in de handen van oma gelegd. Bij het sluiten van de kist steken ze kleurrijk naar buiten.

De dominee die de uitvaart gaat leiden, bepaalt hoe de uitvaart er uit gaat zien. ‘Jullie willen niet dat de kist gaat zakken in het graf? Jammer, maar dat gaat niet gebeuren. Je sluit een uitvaart pas af als de kist op de bodem van het graf staat.’  Men durft niet eens over de linten te beginnen. Dit is niet wat de familie wil. De uitvaartbegeleidster voelt het goed aan en na overleg besluit ze op zoek te gaan naar een andere voorganger.

Wanneer ik bij de familie kom, begint men meteen over het lintenritueel. Ik ken het en ben enthousiast. Het is een prachtige manier om verbondenheid uit te drukken. Tijdens het afscheid hangen de gekleurde linten als een regenboog uit de kist. De familie komt naar voren en knipt om beurten een stuk lint af. Elk kiest de kleur die bij de relatie met de overledene past. Er wordt een kristal aan bevestigd. Het is de bedoeling dat men het lint voor een raam hangt. Als de zon op de kristal schijnt, zie je er alle kleuren van de regenboog in.

De lezing gaat over Noach en de zondvloed. Alles en iedereen verdrinkt, op Noach en zijn gezin na. Als teken van het nieuwe begin, en zijn verbond met mensen, zet God een regenboog aan de hemel.

Symbool en verhaal komen zo prachtig samen. De kristal herinnert elke keer als de zon er op schijnt aan het nieuwe begin van de overledene in de hemel, en van de nabestaanden hier op aarde zonder haar. Maar ook dat God hen daarbij zal helpen.

Een paar dagen na het overlijden is dochter in het huis van moeder. Er moet nog het een en ander worden opgeruimd. Tijdens een koffiepauze praat ze met een vriend over de uitvaart. Dan ziet ze opeens op de vloer een regenboog terwijl er geen zon of regen is! Ze snapt er niets van. Is dit een boodschap van moeder? Dochter maakt er een foto van want anders zou ze zelf niet geloven dat er toch echt een regenboog was.

Is er toch meer tussen hemel en aarde dan wij denken?

Hemelsblauw

Op de nieuwjaarsreceptie in het verzorgingshuis zaten ze met een ander stel aan een tafeltje. Borreltje, nootjes een gulle lach. Het zag er gezellig uit. Toen ik hen een gelukkig Nieuwjaar wenste moest ik meteen aanschuiven. Jij bent toch de pastor? ‘De geestelijk verzorger’ zei ik. ‘Ik ben er voor iedereen met zingevingsvragen’. ‘Maar u doet toch ook uitvaarten?’ ‘Ja, dat hoort er ook bij’, was mijn antwoord.

‘Nou, wij willen onze uitvaart nu al vastleggen. We zijn nog lang niet van plan om te gaan hoor, maar je kan het maar beter geregeld hebben’. Ik beloofde de dag erna bij hen langs te gaan om een datum te prikken. Zij wilde een RK uitvaart, hij niet, maar er moest wel Latijnse muziek gedraaid worden.

Zij overleed nog geen jaar later. Hij bleef stoer en zou zich wel redden zonder haar. Niet dus. Daarom ging ik elke week bij hem op bezoek. Hun hele leven passeerde de revue. Een jaar later werd hij ernstig ziek.  Hij wilde geen levensverlengende handelingen meer. Twee weken na de diagnose overleed hij.

Zijn hele leven was hij huisschilder geweest. Op zijn kist stond een aangebroken pot verf, er lagen een verfafkrabber, plamuurmes, schuurpapier, stopverf, en verschillende verfkwasten. Zijn leven werd herdacht in schilderstaal; zijn leven was blanco begonnen, zelf moest hij het van kleur voorzien. Soms ben je er niet meer zo tevreden over, dan moet je wat wegkrabben en overschilderen om het beter te maken. Maar soms krab je weleens wat teveel weg wat gebroken relaties tot gevolg heeft. Met stopverf, zijn humor, kon hij gevallen gaten wel weer wat herstellen. Soms schuurde het in zijn leven en had dat uiteindelijk meer glans tot gevolg. Er waren ook druipers, of afzakkers zoals ze officieel blijken te heten, de ‘tranen’ in de verf, tranen in zijn leven. En ‘bubbels’ die je nooit meer goed weg krijgt. Zijn uiteindelijke levensplaatje zag er mooie en kleurrijk uit. Op het einde heb ik de hoop uitgesproken dat hij met zijn vrouw herenigd zou zijn in het huis van God waar ruimte is voor velen. Maar ja, als je daar met haar gaat wonen, moet het er toch wel netjes uitzien. Daarom kreeg hij van mij een nieuwe kwast en een pot verf mee om hun nieuwe stek de kleur te geven die nu bij hun paste: hemelsblauw.

 

Roodborstje

Mevrouw houdt enorm van klassieke muziek, en van de natuur. Daarom lopen we tijdens haar uitvaart aan de hand van de vier jaargetijden, met begeleidende muziek van Vivaldi, haar leven door.

Net aan het begin van het afscheid valt het vogelhuisje dat naast de kist staat spontaan om. Het stond met een pin in een mandje met rode bessen en werd voor deze gelegenheid bewoond door een stenen koolmeesje. Het huisje is voor de zekerheid vastgemaakt aan het mandje. En toch valt het om…. Ik zet het huisje terug en het vogeltje, om verdere valpartijen te voorkomen, apart op de kist met de voerbal er naast.

Als persoonlijk symbool hebben we winterharde viooltjes. Mevrouw was kleurrijk, veerkrachtig, en met haar bijna 99 jaar, heel sterk net als de violen. Na elke ‘vorstperiode’ in haar leven krabbelde ze altijd weer omhoog. Bij het afscheid krijgt iedereen als herinnering  een potje met viooltjes mee.

Met deze ode aan de overledene in handen staan we in een halve cirkel rond het graf. Een prachtig gezicht. Ook hier staat het afscheid in het teken van de seizoenen.

Op het moment dat de kist daalt, komt er een roodborstje aangevlogen en gaat vlak naast het graf in een kale struik zitten. Met het kopje naar links en rechts draaiend , kijkt het ons een poos aan. Daarna hipt het op de rand van het graf heen en weer om er vervolgens in te duiken. Wij kijken allemaal met ingehouden adem toe. Het vogeltje komt niet meer terug.

Later bij de koffie hoor ik van een buurvrouw dat er bij de overledene thuis steevast roodborstjes in haar vogelhuisje zaten en dat het haar favoriete vogeltjes waren.

De cirkel is rond. Is het vogelhuisje omgevallen omdat het bewoond werd door een koolmeesje? Bij het graf werd in elk geval duidelijk dat het een roodborstje had moeten zijn! De overleden leek ook hier, net als bij leven, de regie in eigen hand te willen houden. Het werd direct door alle aanwezigen herkend!