Hemelsblauw

Op de nieuwjaarsreceptie in het verzorgingshuis zaten ze met een ander stel aan een tafeltje. Borreltje, nootjes een gulle lach. Het zag er gezellig uit. Toen ik hen een gelukkig Nieuwjaar wenste moest ik meteen aanschuiven. Jij bent toch de pastor? ‘De geestelijk verzorger’ zei ik. ‘Ik ben er voor iedereen met zingevingsvragen’. ‘Maar u doet toch ook uitvaarten?’ ‘Ja, dat hoort er ook bij’, was mijn antwoord.

‘Nou, wij willen onze uitvaart nu al vastleggen. We zijn nog lang niet van plan om te gaan hoor, maar je kan het maar beter geregeld hebben’. Ik beloofde de dag erna bij hen langs te gaan om een datum te prikken. Zij wilde een RK uitvaart, hij niet, maar er moest wel Latijnse muziek gedraaid worden.

Zij overleed nog geen jaar later. Hij bleef stoer en zou zich wel redden zonder haar. Niet dus. Daarom ging ik elke week bij hem op bezoek. Hun hele leven passeerde de revue.

Vanwege de bezuinigingen in de zorg moest ik het verzorgingshuis verlaten. Maar hij en ik zouden contact houden. Het initiatief zou bij hem liggen. Een jaar later belde hij. Alle levenslust was uit hem verdwenen. Toen hij een maand later ernstig ziek bleek wilde hij geen levensverlengende handelingen meer. Twee weken later overleed hij.

Zijn hele leven was hij huisschilder geweest. Op zijn kist stond een aangebroken pot verf, er lagen een verfafkrabber, plamuurmes, schuurpapier, stopverf, en verschillende verfkwasten. Zijn leven werd herdacht in schilderstaal; zijn leven was blanco begonnen, zelf moest hij het van kleur voorzien. Soms ben je er niet meer zo tevreden over, dan moet je wat wegkrabben en overschilderen om het beter te maken. Maar soms krab je weleens wat teveel weg wat gebroken relaties tot gevolg heeft. Met stopverf, zijn humor, kon hij gevallen gaten wel weer wat herstellen. Soms schuurde het in zijn leven en had dat uiteindelijk meer glans tot gevolg. Er waren ook druipers, of afzakkers zoals ze officieel blijken te heten, de ‘tranen’ in de verf, tranen in zijn leven. En ‘bubbels’ die je nooit meer goed weg krijgt. Zijn uiteindelijke levensplaatje zag er mooie en kleurrijk uit. Op het einde heb ik de hoop uitgesproken dat hij met zijn vrouw herenigd zou zijn in het huis van God waar ruimte is voor velen. Maar ja, als je daar met haar gaat wonen, moet het er toch wel netjes uitzien. Daarom kreeg hij van mij een nieuwe kwast mee, om hun nieuwe stek de kleur te geven die nu bij hun paste: hemelsblauw.

 

Roodborstje

Mevrouw houdt enorm van klassieke muziek, en van de natuur. Daarom lopen we tijdens haar uitvaart aan de hand van de vier jaargetijden, met begeleidende muziek van Vivaldi, haar leven door. Net aan het begin van het afscheid valt het vogelhuisje dat naast de kist staat spontaan om. Het stond met een pin in een mandje met rode bessen en werd voor deze gelegenheid bewoond door een stenen koolmeesje. Het huisje is voor de zekerheid vastgemaakt aan het mandje. En toch valt het om…. Ik zet het huisje terug en het vogeltje, om verdere valpartijen te voorkomen, apart op de kist met de voerbal er naast. Als persoonlijk symbool hebben we winterharde viooltjes. Mevrouw was kleurrijk, veerkrachtig, en met haar bijna 99 jaar, heel sterk net als de violen. Na elke ‘vorstperiode’ in haar leven krabbelde ze altijd weer omhoog. Bij het afscheid krijgt iedereen als herinnering  een potje met viooltjes mee. Met deze ode aan de overledene in handen staan we in een halve cirkel rond het graf. Een prachtig gezicht. Ook hier staat het afscheid in het teken van de seizoenen. Op het moment dat de kist daalt, komt er een roodborstje aangevlogen en gaat vlak naast het graf in een kale struik zitten. Met het kopje naar links en rechts draaiend , kijkt het ons een poos aan. Daarna hipt het op de rand van het graf heen en weer om er vervolgens in te duiken. Wij kijken allemaal met ingehouden adem toe. Het vogeltje komt niet meer terug. Later bij de koffie hoor ik van een buurvrouw dat er bij de overledene thuis steevast roodborstjes in haar vogelhuisje zaten en dat het haar favoriete vogeltjes waren. De cirkel is rond. Is het vogelhuisje omgevallen omdat het bewoond werd door een koolmeesje? Bij het graf werd in elk geval duidelijk dat het een roodborstje had moeten zijn! De overleden leek ook hier, net als bij leven, de regie in eigen hand te willen houden. Het werd direct door alle aanwezigen herkend!

Getatoeëerde engel

De kerk is modern en ligt vlak naast een jong winkelcentrum met een groot parkeerplein. Ik word verondersteld daar mijn auto te parkeren. De uitvaart is warm, waardig en waardevol zoals op mijn visitekaartje staat.

Aan het einde van de afscheidsdienst begeleid ik de overledene tot aan de auto. Hierin wordt hij nog eenmaal in de bloemetjes gezet. De kist is bijna niet meer te zien.

‘Wachten we nog even op je, of kom je straks achter ons aan?, vraagt de uitvaartbegeleidster. Ik moet me nog omkleden en mijn spullen verzamelen.

‘Ik kom wel achter jullie aan. De begraafplaats is dichtbij. Tot zo!’

De stoet vertrekt. Ik kleed me om en verzamel mijn spullen en berg alles op in de auto. Ik stel de tomtom in en mijn man/chauffeur start de auto. We rijden de nieuwbouwwijk in. Links, rechts, weer links tot we niet verder kunnen. Een paaltje verspert ons pad. We zien dat we op een oude, nu afgesloten, doorgangsroute staan. Voor ons ligt een fietspad en daarachter de weg naar de begraafplaats die we in de verte zien liggen.

We moeten omkeren, op zoek naar de uitgang van de wijk. Maar de tomtom brengt ons steeds weer naar dezelfde plek terug en zet ons daarmee letterlijk en figuurlijk voor paal. Lichte paniek komt in me op. Er staat een hele begrafenisstoet op mij te wachten voor de laatste rituelen op de begraafplaats en ik dwaal hier door een wijk waarvan ik de uitgang niet kan vinden!

We vragen een paar meisjes van een jaar of twaalf of ze ons kunnen helpen. Helaas, ze hebben geen idee. Een straat verder zien we een kleine, kale man, met piercings in zijn oren en van top tot teen getatoeëerd, bij zijn huis staan. Mijn man sprint uit de auto, schiet hem aan, en vertelt hem ons probleem. De man zegt alleen: ‘wacht maar even’. Hij gaat naar binnen, komt al gauw weer terug en zegt: ‘rij maar achter me aan’.

Als een uitvaartbegeleider loopt hij midden op de weg voor ons uit tot we weer bij die vermaledijde paal komen. Hij haalt een sleutelbos uit zijn achterzak, bukt zich, opent het slot en haalt de paal naar beneden.

We zijn gered door een getatoeëerde engel!

De stoet staat net startklaar als ik aan kom. Waardig schrijd ik naar voren en loop voor de kist uit naar het graf.

De dood in de ogen kijken

Het nieuwe jaar is nog maar net begonnen. Op mijn werk in het verpleeghuis zie ik collegae met grote slabakken aan de lunch verschijnen. Ze eten er hun nieuwe voornemens uit in de hoop ettelijke kilo’s kwijt te raken. Een mengsel van slasaus en fetakaas vertraagt het proces weliswaar aanzienlijk, maar ja, het moet wel ergens naar smaken, toch? Na de lunch ga ik naar een afdeling waar twee mensen op sterven liggen. Afgelopen zaterdag heb ik één van de twee, een mevrouw, de ziekenzegen mogen geven. Ondanks de gladheid ben ik in de auto gestapt om naar haar toe te gaan. Het zou vast niet lang meer duren, dacht de zorg. Vandaag, dinsdag is mevrouw er nog. Ver weg en niet meer aanspreekbaar ligt ze gelijkmatig diep ademend met open mond in bed. Een nicht en haar man zijn vanuit het oosten van het land gekomen om haar nog één keer te zien. Meer familie is er niet.
Mevrouw is gelovig opgevoed maar deed er al lang niets meer mee, vertellen ze. Dat was dus even niet bekend bij de zorg. Hopelijk heeft mevrouw zich niet gestoord aan het feit dat ik haar de ziekenzegen heb gegeven…                            De uitvaart zal ook niet vanuit een kerk plaatsvinden, zegt de nicht.                 Hoe ze die zullen doen weet  ze nog niet precies. Ik leg uit dat ik naast geestelijk verzorger ook ritueelbegeleider ben. Ik doe dus zowel kerkelijke als niet kerkelijke uitvaarten. Ik vertel over een niet kerkelijke uitvaart waarin we bonbons als persoonlijk symbool van de overledene hebben gebruikt. Die stonden altijd op een vaste plek op haar salontafel. En altijd zei ze; ‘toe neem er nog een’. De karaktereigenschappen van cacao en bonbons pasten perfect bij die van de overledene. Zij was een persoon die mensen kon opbeuren met goede adviezen en raad. Heel stimulerend, net als cacao. Pure cacao heeft ook het effect dat je er oud van kan worden. Die mevrouw was bijna 102 geworden! Daarnaast heeft cacao voedingsstoffen die bepaalde soorten groente kunnen vervangen. De overledene hield helemaal niet van groente maar des te meer van bonbons.

De nicht vindt dit een mooi symbool. Zoiets wil ze ook wel voor haar tante  bij de uitvaart. Ze mag altijd een beroep op me doen, zeg ik haar.

Dan ga ik door naar de andere stervende. Helemaal alleen zwoegt hij de dood tegemoet. De ademhaling stokt soms om vervolgens weer verder te reutelen. Het kan niet lang meer duren. Hier geen familie maar stilte, die steeds door het moeizame ademen wordt onderbroken. Ik leg zwijgend mijn handen boven zijn hoofd, zegen hem en gun hem zijn rust.

Goede voornemens als afvallen door sla met slasaus en fetakaas te eten, het is zó betrekkelijk als je, zoals ik nu, de dood in de ogen hebt gekeken.

 

Zes verschillende visies op de dood

Dood is dood

dood is doodIn deze visie gaat men er vanuit dat er na de dood niets meer is.
Er is geen geloof in een hiernamaals of in reïncarnatie.
Het leven houdt helemaal op te bestaan.

Er is leven na de dood

leven na de doodMen vertrouwt op een leven na de dood. In gelovige termen komt dit neer op een eeuwig leven in de hemel, waar geen pijn, verdriet, ziekte of honger is. Maar ook andere visies zoals ‘er is iets, maar ik weet niet wat’, behoren hier toe.

 

Voortleven in de natuur

voortleven in de natuurIn deze visie gelooft men dat men na de dood wordt opgenomen in de natuur. Door het begraven worden, wordt men weer één met de natuur. Ditzelfde geldt voor cremeren en daarna uitgestrooid worden. Dit komt het best tot zijn recht als men bv. de as uitstrooit als voedsel voor een boom.

Voortleven in een ander

voortleven in een anderMen weet zeker dat men voortleeft in een ander. Dit kan heel specifiek door voort te leven in je kinderen; zij lijken op jou, ze hebben jouw genen. Maar ook in wat je voor anderen hebt betekent, wat anderen van je hebben geleerd en, al dan niet, in de praktijk brengen.

Voortleven in de kunst

voortleven in de kunstIn deze visie leven mensen verder in datgene wat ze fysiek hebben achtergelaten in in de wereld. We hoeven maar aan schilders, schrijvers, modeontwerpers etc. te denken. Hierin worden ze herkend en betekenen ze nog steeds iets voor de mensheid.

Reïncarnatie

reincarnatieMen gelooft dat men na de dood terugkomt op aarde. Afhankelijk van de vorm van reïncarnatie waarin men gelooft, komt men terug als mens of dier. Dit in het geloof dat men meerdere stadia van het leven moet doorlopen om uiteindelijk in het Nirvana, de hemel, te komen en daar eeuwig te leven.